De Theefabriek

... een paradijs voor de theeliefhebber!

Theeplantage

Thee kweken

De theeplant, de Camellia Sinensis, groeit in warme (sub-)tropische gebieden. De theeplant draagt het hele jaar door donkergroene, leerachtige bladeren. De theebloesem bestaat uit kleine, roze-witte bloempjes, lijkend op die van jasmijn. De theezaden lijken op hazelnoten.

Tot de 3de eeuw voor Chr. werd in China thee bereid van verse groene bladeren van grote, wilde theebomen. Door de toenemende vraag begonnen Chinese boeren thee te kweken op hun kleine akkers, lage struiken om zo het telen en oogsten makkelijker te maken. Zo ontstonden de eerste theetuinen.

In de 5de eeuw verschenen de eerste grote theeplantages op de heuvels van Chang Jiang.
In de 9de eeuw werd de theestruik naar Japan geëxporteerd, waar al spoedig de eerste theeplantages buiten China ontstonden. In het begin van de 18de eeuw werden theeplantages op Java aangelegd en in de loop van de 19de eeuw volgden ook India, Ceylon, Rusland, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en Australië.

De theeplant is tientallen jaren productief. Ondanks deze lange periode is het noodzakelijk dat de plantage steeds met nieuwe, jonge planten wordt aangevuld. Vroeger werden nieuwe theeplanten gekweekt uit theezaden, maar tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan vermeerdering door middel van stekken. De stekken worden afgenomen van goede, gezonde moederplanten en opgekweekt in kweekbedden. Na verloop van tijd worden de planten uitgezet op hun definitieve plaats in de plantage. Drie jaar later wordt de plant nog een keer teruggesnoeid. De nieuwe loten die daarna ontstaan zijn geschikt voor de theepluk.


Theeplukken

Voor de thee worden de bovenste jonge loten van de theestruik gebruikt. Soms worden deze jonge scheuten door machines geplukt, maar veelal is het handwerk. Bij de plukarbeid wordt een onderscheid gemaakt tussen fijn-, medium- en grofpluk, waarbij men respectievelijk twee, drie of vier blaadjes plukt. De afgeplukte theeloten belanden met een snelle, geroutineerde beweging in de op de rug gedragen plukmand of -zak.

In de meeste theetuinen kan men elke veertien dagen plukken. Op andere plantages is het theeplukken door het klimaat gebonden aan een bepaalde periode of seizoen. De periode waarin geplukt wordt bepaalt, evenals de wijze van plukken, fijn of grof, voor een groot deel de smaak en kwaliteit van de thee.

De vers geplukte bladeren worden van de plantage naar een nabij gelegen verzamelpunt gebracht. De geplukte loten worden daar gecontroleerd en voorzichtig in zakken gedaan. De zakken worden daarna zo snel mogelijk, vaak met vrachtwagens, naar de theefabriek gebracht.