|
Theelegende
3000 jaar voor Christus ontdekte de Chinese keizer Shen Nung als eerste de thee. Hij kookte op een dag een ketel water in het bos en verwonderde zich over de aangename geur die zijn neus opving. Hij boog zich over de ketel en zag dat er enkele blaadjes van de boom in de ketel waren gevallen. Hij proefde van de drank, was laaiend enthousiast en nam zich voor het hele volk kennis te laten maken met deze heerlijke drank. De thee was ontdekt!
Thee kweken
De theeplant, de Camellia Sinensis, groeit in warme (sub-)tropische gebieden. De theeplant draagt het hele jaar door donkergroene, leerachtige bladeren. De theebloesem bestaat uit kleine, roze-witte bloempjes, lijkend op die van jasmijn. De theezaden lijken op hazelnoten.
Tot de 3de eeuw voor Chr. werd in China thee bereid van verse groene bladeren van grote, wilde theebomen. Door de toenemende vraag begonnen Chinese boeren thee te kweken op hun kleine akkers, lage struiken om zo het telen en oogsten makkelijker te maken. Zo ontstonden de eerste theetuinen. In de 5de eeuw verschenen de eerste grote theeplantages op de heuvels van Chang Jiang.
In de 9de eeuw werd de theestruik naar Japan geëxporteerd, waar al spoedig de eerste theeplantages buiten China ontstonden. In het begin van de 18de eeuw werden theeplantages op Java aangelegd en in de loop van de 19de eeuw volgden ook India, Ceylon, Rusland, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika en Australië.
De theeplant is tientallen jaren productief. Ondanks deze lange periode is het noodzakelijk dat de plantage steeds met nieuwe, jonge planten wordt aangevuld. Vroeger werden nieuwe theeplanten gekweekt uit theezaden, maar tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan vermeerdering door middel van stekken. De stekken worden afgenomen van goede, gezonde moederplanten en opgekweekt in kweekbedden. Na verloop van tijd worden de planten uitgezet op hun definitieve plaats in de plantage. Drie jaar later wordt de plant nog een keer teruggesnoeid. De nieuwe loten die daarna ontstaan zijn geschikt voor de theepluk.
Theeplukken
Voor de thee worden de bovenste jonge loten van de theestruik gebruikt. Soms worden deze jonge scheuten door machines geplukt, maar veelal is het handwerk. Bij de plukarbeid wordt een onderscheid gemaakt tussen fijn-, medium- en grofpluk, waarbij men respectievelijk twee, drie of vier blaadjes plukt. De afgeplukte theeloten belanden met een snelle, geroutineerde beweging in de op de rug gedragen plukmand of -zak.
In de meeste theetuinen kan men elke veertien dagen plukken. Op andere plantages is het theeplukken door het klimaat gebonden aan een bepaalde periode of seizoen. De periode waarin geplukt wordt bepaalt, evenals de wijze van plukken, fijn of grof, voor een groot deel de smaak en kwaliteit van de thee.
De vers geplukte bladeren worden van de plantage naar een nabij gelegen verzamelpunt gebracht. De geplukte loten worden daar gecontroleerd en voorzichtig in zakken gedaan. De zakken worden daarna zo snel mogelijk, vaak met vrachtwagens, naar de theefabriek gebracht.
De theefabriek
Eenmaal aangekomen in de theefabriek, gaan de geplukte theeloten door zes belangrijke productiefases.
VERFLENZEN
Het verflenzen, ook wel verwelken genoemd, is de eerste stap in het bewerkingsproces van de thee, en dient om de harde, stevige theeblaadjes soepel te maken. Om dit te bereiken worden de blaadjes in lange bakken uitgespreid. Daar liggend, in een warme luchtstroom van 25-30 graden Celsius, gedurende 12-18 uur lang, verliest het theeblad 40-50% van haar vocht. De verflenste thee lijkt op spinazieblad.
ROLLEN
Het slap en soepel geworden, verflenste theeblad is nu klaar voor verdere bewerking en wordt in de rolmachine gebracht. Ongeveer een half uur lang worden de bladeren gerold en gekneusd tussen twee horizontale, schurende schijven van hout en metaal.
NAT SORTEREN
Na het rollen worden de theebladeren, die er inmiddels uitzien als gehakte spinazie, afgevoerd naar een machinale zeef, de zogenaamde kluitenbreker. Met deze zeef worden de aanwezige bladkluwens, opeenhopingen die bij het rollen zijn ontstaan, uit elkaar gehaald. Het losgeschudde blad wordt afgevoerd naar de fermentatie-inrichting.
FERMENTEREN
Voor het fermenteren wordt de thee in bakken gespreid en weggezet in speciale ruimtes, waar lucht van 25 graden Celsius en een vochtigheidsgraad van 95% doorheen wordt geblazen. Tijdens de fermentatie oxideren de gekneusde blaadjes, en verkleuren daardoor van groen naar koperkleurig bruin. Dit fermentatieproces kan misschien het beste worden vergeleken met een appel. Door een gekneusde appel, of een appel zonder schil, bloot te stellen aan de lucht, verandert deze van kleur, het vruchtvlees wordt bruin. Ditzelfde gebeurt met de gekneusde theeblaadjes.
Deze fermentatieperiode waarin de, tijdens het rollen, vrijgekomen bladsappen op elkaar inwerken en blootgesteld zijn aan de lucht bepaalt in belangrijke mate de ’kleur’, de specifieke smaak, het karakter en de geur van de thee. Zo krijgt men met een fermentatietijd van 3,5-4,5 uur de zogenaamde zwarte thee. Thee die slechts 1,5-2 uur gefermenteerd is noemt men halfgefermenteerde of oolong-thee. Bij groene en witte thee wordt het fermentatieproces zelfs helemaal overgeslagen.
DROGEN
De vochtige, koperkleurige thee gaat vervolgens een droogmachine in. Door het drogen wordt het fermentatieproces stopgezet. In de droogmachine wordt de thee gedurende 20-30 minuten verhit met hete lucht van 85-95 graden Celsius.
Het droogproces brengt het vochtgehalte in de thee terug tot 4-6%, een niveau waarbij een goede houdbaarheid gewaarborgd is. Van elke 100 kg vers geplukt blad is nu ongeveer 20 kg thee overgebleven.
SORTEREN
Na het drogen wordt de thee met behulp van schudzeven gesorteerd. Vroeger gebeurde dit met de hand, met grote bamboe zeven die verschilden in maasgrootte. Tegenwoordig gebeurt het sorteren machinaal. Met boven elkaar geplaatste zeven, de grofste boven, de fijnste beneden, wordt de thee in verschillende bladgroottes gescheiden. Om ordening in de grote verscheidenheid aan bladgroottes aan te brengen gebruikt men internationale termen en afkortingen voor de verschillende sorteringen.
Theesorteringen
In grote lijnen zijn alle theeën te verdelen in 3 hoofdgroepen: bladthee, gebroken thee en fannings. Het eindproduct waarin de hele blaadjes in gerolde toestand te herkennen zijn, noemt men bladthee. Het is de grofste groep van de sorteringen en bestemd voor los gebruik. De sortering met grote deeltjes van hele blaadjes noemt men gebroken thee. Ook deze thee is bestemd voor los gebruik. De kleinste sorteringen van de gebroken thee worden fannings genoemd. Zij zijn bestemd voor theezakjes.
Elk van de bovenstaande hoofdgroepen is op zijn beurt weer onderverdeeld in een aantal subgroepen. In de theewereld onderscheidt men Souchon (S), Pekoe (P), Orange Pekoe (OP) en Flowery Orange Pekoe (FOP). Souchon is de grofste van de bladsorteringen en herkenbaar aan een breed, gekruld en korrelig blad. Pekoe is vrij kort en grof van structuur. Een sortering met een lang, draadachtig blad, is de Orange Pekoe. Flowery Orange Pekoe is iets fijner van structuur dan de Orange Pekoe en bevat veel jonge theeblaadjes, te herkennen aan een goudbruine of zilvergrijze kleur.
In China maakt men slechts bij de produktie van zwarte thee gebruik van deze afkortingen. Veelal hanteert men een eigen benaming van de verschillende theesoorten. Deze benamingen zijn niet gebaserd op de grofte van de pluk of de uiteindelijke sortering, maar meer op de wijze van produceren en de uiteindelijke vorm van de theebladeren. Zo heeft men in China bijvoorbeeld de Gunpowder, een door zijn langdurige rolperiode stevige korrelvormige groene bladthee. Japan staat bekend om z’n Sencha, een groene thee met een herkenbare ’platte’ uitstraling. De thee wordt niet gerold, maar gesneden.
Theekarakters en de Kwaliteit van thee
Voor het uiteindelijk karakter van elke thee zijn de wijze van plukken en het verloop van het productieproces dus erg belangrijk. Aan de basis van elke thee staan echter de bodemgesteldheid, de hoogteligging en de weersomstandigheden. Zo smaakt een thee uit China heel anders dan een thee uit India, is thee van snelgroeiende lagere gebieden niet te vergelijken met die afkomstig van berghellingen en is thee uit een droge periode van een volstrekt andere aard dan die uit nattere tijden. Doordat deze omstandigheden regelmatig veranderen, kan zelfs de thee uit één gebied in geur, kleur en smaak variëren. Thee is in dit opzicht te vergelijken met wijn, waar je spreekt van goede en slechte wijnjaren als gevolg van de wisselende weersomstandigheden.
Een goede plek, de juiste hoeveelheid zon en regen, een correcte wijze van plukken, rollen of fermenteren alleen, is nooit een garantie voor een kwalitatief goede thee. Een kwaliteitsthee komt alleen tot stand indien alle eerder genoemde aspecten optimaal aanwezig zijn en op een zeer positieve manier samenvallen. Om zorgvuldig een oordeel te vormen over elke partij thee, hebben de theefabrieken speciale mensen in dienst, die veelal een jarenlange interne opleiding hebben genoten, de zogenaamde theeproevers. Zij testen elke sortering op geur, smaak en uiterlijk voordat een partij thee in de handel wordt gebracht.
De uiteindelijke prijs van de thee wordt bepaald door een drietal factoren. Vraag en aanbod, wijze van produceren, handmatig of machinaal, en de kwaliteit. Om de potentiële kopers goed op de hoogte te houden van het beschikbare assortiment, de kwaliteit en de prijs, worden vanuit de theefabrieken gedurende het hele theeseizoen monsterzakjes met thee verstuurd.
Theeveilingen
Naar aanleiding van theemonsters maken de theekopers hun keuze. De kopers hebben agenten in de productielanden, die op de grote theeveilingen, zoals Calcutta en Colombo, een bod uitbrengen op geselecteerde partijen thee. Thee wordt alleen bij uitzondering direct bij de fabriek gekocht.
Theehandel en -transport
De thee wordt voor de handel veelal verpakt in grote papieren zakken met een binnenbekleding van aluminiumfolie om het product tegen vocht en ongewenste aroma’s van buitenaf te beschermen. Nog niet zo lang geleden werd thee vooral in kisten getransporteerd. Zakken bieden echter grote voordelen als het gaat om milieu, prijs, opslag en verwerking.
Thee wordt van oudsher per schip getransporteerd van de productielanden in het Verre Oosten naar de consumenten in Europa. De logge zeilschepen uit de begintijd van de theehandel deden er gemiddeld 6-8 maanden over om van China naar Europa te komen. Halverwege de 19de eeuw, met de komst van de snelle theeklippers, ranke zeilboten die alleen voor de theetransport werden gebruikt, werd de reistijd bekort tot minder dan 4 maanden. Aan het eind van de 19de eeuw, met de komst van stoomschepen en de opening van het Suezkanaal, die de reis tussen het Verre Oosten en Europa met enkele weken verkortte, was het werk voor de theeklippers afgelopen. Tegenwoordig wordt de thee in grote containerschepen getransporteerd, die de reis in ongeveer 6 weken afleggen. Hele bijzondere primeur-theeën, zoals de Darjeeling Eerste Pluk, worden ook wel per vliegtuig vervoerd.
Thee meleren en aromatiseren
De geur, kleur en smaak van thee zijn onderhevig aan allerlei invloeden. Voor veel afzetkanalen wordt dit als ongewenst ervaren. Veel consumenten willen graag dat het vertrouwde en bekende kopje Engelse Melange elke dag hetzelfde smaakt. Met een enkele thee uit de oorsprong kan de theeverkoper dit niet garanderen. Daarom worden theeën uit verschillende seizoenen, plantages en landen gemengd tot zogenaamde theemelanges. Hierin kunnen veranderingen in de ene thee worden gecompenseerd met een andere thee. Er gaan soms wel 20-30 verschillende theeën in één melange.
Aan de andere kant worden er al sinds eeuwen geuren en smaken - aromas - aan de thee toegevoegd om juist meer variatie in het theeaanbod aan te brengen. Heel oud zijn de gerookte thee en de jasmijnthee, meer recent de Earl Grey en hedendaags bijvoorbeeld citroen- en kaneelthee. Thee kan worden gearomatiseerd door geurige bloemen, pittige specerijen, smaakvolle kruiden, aromatische olieën, aroma’s en allerlei combinaties hiervan met de gedroogde thee te mengen.
Thee en gezondheid
Van oudsher worden er aan thee medische eigenschappen toegedicht. Eeuwen geleden constateerde men dat in Azië bepaalde ziektes niet voorkwamen, die hier in melk, bier- en wijndrinkend Europa ware plagen waren. Men maakte kennis met de onbekende drank thee, importeerde die uit het verre oosten en stelde deze beschikbaar via de apotheek. Later groeide thee uit als genotmiddel en werelddrank nummer 1. In een recent groot onderzoek naar de gezonde en geneeskrachtige werking van met name groene thee wordt de belangrijkste helende kracht toegedicht aan de flavonoïden, beter bekend als looistoffen, in de thee. Deze stoffen werken als sterke anti-oxidanten in ons lichaam, die de ziekmakende vrije radicalen opruimen. Thee werkt op die manier dus weerstand-verhogend en blijkt, net als wijn en z’n looistoffen, de kans op hart- en vaatziekten te verminderen door het verlagen van bloeddruk en cholesterolgehalte. Omdat er naar groene thee veel meer onderzoek is gedaan lijkt het erop dat in het bijzonder groene thee over heilzame werkingen beschikken. Het fermentatieproces in de bereiding van zwarte thee, doet de hoeveelheid looistoffen namelijk afnemen, en daarmee zou ook de helende kracht verminderen. Er zijn echter ook mensen voor wie het vanzelfsprekend is dat alle theeën gezond zijn, omdat alle theeën een flinke hoeveelheid anti-oxidanten bevatten. In die zin kan thee net als verse groente en fruit een rol spelen in een gezonde manier van eten en drinken en het versterken van je afweersysteem. Mensen met een zwak maag-darmkanaal kunnen helaas minder goed profiteren van deze geneeskrachtige werking, zij kunnen irritatie of versterking van de klachten ondervinden bij veelvuldige inname van de looistoffen.
Thee bevat, net als koffie, cafeïne. Cafeïne werkt opwekkend, verhoogt de concentratie, is goed voor de spijsvertering en de vetverbranding. Thee bevat verder onder andere fluoride en is daardoor goed voor de tanden en mangaan, een stof die bijdraagt aan een betere stofwisseling. De aanwezige hoeveelheden van bovenstaande stoffen in de thee zijn sterk afhankelijk van het land van herkomst en de wijze van plukken en produceren. Wel kun je zeggen, dat een groene thee meer looistoffen en minder cafeïne bevat, dan z’n zwarte familie van dezelfde plantage. Witte thee bevat vrijwel geen looistoffen en zeer weinig cafeïne.
De strijd tussen Koffie en Thee
Onder de regering van de Scandinavische vorst Gustaaf III, aan het eind van de 18e eeuw, ontbrandde een grote strijd tussen de voorstanders van koffie en die van thee. De ene partij beweerde dat thee bijzonder schadelijk was, terwijl de andere partij juist koffie voor een gevaarlijke drank hield. Er was natuurlijk ook een derde groep, die beide dranken als zijnde een pest voor de beschaving verwierp en zich liever bij de brandewijn hield.
Koning Gustaaf wilde deze onenigheid op proefondervindelijke wijze oplossen. Toen zich het geval voordeed, dat twee tweelingbroers, die lichamelijk geheel en al overeen kwamen, beide wegens moord ter dood werden veroordeeld, achtte hij het juiste moment gekomen, om voor eens en altijd vast te stellen welke van de twee nieuwe dranken het gevaarlijkst was. Op bevel van de vorst werden de twee moordenaars levenslang opgesloten. De een moest iedere dag een grote hoeveelheid thee drinken en de ander kreeg elke dag net zoveel koffie. Twee medici werden aangesteld om het experiment nauwkeurig gade te slaan en zo vast te stellen welke van de twee misdadigers het eerst het slachtoffer zou worden van de giftige dranken. Maar wat men verwachtte gebeurde niet.
De jaren verstreken, de ene medicus stierf, daarna overleed ook de andere geleerde, terwijl de boeven iedere dag hun potten thee en koffie bleven drinken. Toen werd de koning vermoord en ook daarna bleven de misdadigers lustig voortleven. Uiteindelijk vierde de koffie triomf: de theedrinker stierf op 83-jarige leeftijd, een jaar eerder dan zijn koffiedrinkende broer.
© De Theefabriek 2012 |